Een ontdekkingsreis door Klassieke muziek

Luistert u graag naar klassieke muziek, maar weet u eigenlijk niet wat u hoort? Dan is deze cursus iets voor u. U leert al luisterend diverse componisten, muziekgenres en verschillende muziekinstrumenten kennen. In 20 lessen doorlopen we de muziekgeschiedenis vanaf de Middeleeuwen tot 1950. De cursus is verdeel in 4 delen van elk 5 lessen, maar u kunt ook afhankelijk van uw belangstelling één deel volgen of instromen. De cursus wordt niet alleen geïllustreerd met talloze muziekvoorbeelden, maar ook met veel foto- en filmmateriaal. Van elke les ontvangt u na afloop een korte hand-out inclusief een lijst van alle gehoorde muziekvoorbeelden.

Deze cursus is bedoeld voor mensen die geïnteresseerd zijn in klassieke muziek en er graag meer van willen weten. De cursist hoeft geen noten te kunnen lezen.

Overzicht inhoud

Over Troubadours, zingende priesters en Hof-musici (periode Middeleeuwen, Renaissance en Barok)
We starten in de Middeleeuwen en maken kennis met de eenvoudige vocale muziek van troubadours en zingende priesters uit die tijd. Deze geestelijken ontwikkelden gedurende de Renaissance (1400-1600) de vocale muziek tot een uitzonderlijk ingenieus en schitterend stemmenspel, terwijl hof-musici zich veelal wierpen op melancholieke luitliederen. We volgen met het intreden van de Barok rond 1600, de ontstaansgeschiedenis van de instrumentale muziek, waarbij we een fiks aantal Europese hoven zullen aandoen. Welke componisten waren in al deze periodes populair en welke compositievormen werden het meest gebruikt? De muziekpraktijk zal dan ook een rode draad door deze cursus zijn, want waar werd klassieke muziek nu eigenlijk uitgevoerd en wie waren de mensen die de muzikale modes bepaalden? Ook enkele muziekinstrumenten uit deze tijd komen voor het voetlicht.

 

De Klassieke tijd (periode 1775-1840)
In deel 2 komen onder meer de volgende onderwerpen aan bod: de periodes Sturm und Drang, Klassieke tijd en een stukje Romantiek. We besteden aandacht aan onder meer de componisten Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Schumann, Chopin en Berlioz, maar we leren ook componisten kennen die toen zeer beroemd waren en nu uit het gehoor zijn verdwenen. U maakt kennis met de genres symfonie, pianoconcert, strijkkwartet, lied en het korte pianostuk en er is veel aandacht voor de wereld waarin dit alles plaatsvond en de veranderende omstandigheden van de componist. Tevens maakt u kennis met een aantal instrumenten uit deze periode.

 

Van Romantiek naar eenvoud? (periode 1840-1900)

We begeven ons in de Romantische beweging die in deze jaren haar hoogtepunt beleefde, maar tegelijkertijd onderuit gehaald dreigde te worden door nieuwe muzikale ideeën. We volgen enkele componisten die met hun muziekfilosofie lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan en maken kennis met een frisse muzikale wind uit Frankrijk. Kortom, de tweede helft van de 19e eeuw was een roerige tijd, waarin zich meerdere muzikale wegen konden ontwikkelen.
Via diverse genres maken we kennis met een keur aan componisten en hun muzikale ontwikkelingen. Zo zal er aandacht zijn voor de symfonie, kamermuziekwerken en het lied met onder meer Schumann, Mendelssohn en Brahms, religieuze muziek (o.m. Berlioz, Verdi en Bruckner) en we ontmoeten een aantal Franse componisten en hun specifieke ideeën (o.m. Lalo, Saint-Saëns, Fauré en Franck). Franz Liszt was niet alleen een beroemd en berucht pianist, maar ook de creator van een geheel nieuw symfonisch genre, dat onder meer navolging vond bij Richard Strauss. Een vreemde eend in de bijt, maar bijzonder interessant is de liederencomponist Hugo Wolf evenals de rebel Erik Satie. We besluiten de eeuw met twee giganten van de symfonische muziek (Bruckner en Mahler) en de vernieuwende denker Claude Debussy, die ons muzikaal al half de 20ste eeuw in zal loodsen.

 

De knotsgekke 20e eeuw (periode 1900-1950)
In het laatste deel bestuderen we de roerige muzikale ontwikkelingen binnen de klassieke muziek, die zowel in Wenen als Parijs gedurende de periode 1900-1950 plaatsvonden. Componisten die langskomen zijn onder meer Satie, Debussy, Stravinsky en Schönberg, maar we volgen ook componisten als Sibelius, Bartók, Shostakovich en Britten. Amerika blijkt op compositorisch gebied een volwaardige partner van Europa te gaan worden met onder meer Ives, Copland en Gershwin en we kijken naar het ontstaan en de ontwikkelingen op het gebied van Ragtime en Blues. De vraag die zich daarbij voordoet is, of deze nieuwe genres invloed hadden op de klassieke muziek in Europa?